Dag papa en dag mamaa
We zijn in Boliviaa,
We zien het hier wel zitten
in het verre Zuid- Amerikaaa!
Dag vriendjes en vriendinnetjes,
hier zijn we er weer mee,
Onze fotos en de zinnetjes
verre weg van de Oostendse zee!
De kogel was door de kerk. Beth zou enkele dagen in Arequipa rondtjolen, marktjes doen, souvenirs kopen, vriendjes maken en andere dingen waar Martijn moeilijk voor te motiveren voor is. Dat terwijl Martijn zich bezighield met het bedwingen van 'Chachani', een 6075m hoge joekel.
's Morgens om 8 uur kwamen ze me halen. De jeep reed ons tot op 5200m, waar we ons gerief namen en te voet nog 200m stegen. Rond 15u uur arriveerden we bij de Base camp. Tijdens de lunch volgde een uitgebreide briefing en al rond 18u kropen we onder de wol, want de volgende dag beloofde een lange dag te worden.
Een uurtje na middernacht biepte onze wekker ons weer naar de realiteit. Opstaan is relatief want ik had geen oog dicht gedaan: Dit niet alleen door de hoogte maar ik deelde een minuskuul tentje mat een gigantische Zweedse reus. De slaapzak was voor mij net te klein, maar als je de volle 204cm meet en je schoenmaat 52 is, dan heb je aan die kleine slaapzakjes -gemaakt voor kleine Peruvianen- net genoeg stof om je knieën warm te houden. Hierdoor probeerde de reus, die sowieso niet uitgestrekt in de tent kon, dan maar een foetushouding die de ganse oppervlakte van de tent in beslag nam. We hadden het beiden nog ontzettend koud, waardoor ik continu een gebibber van 8.9 op de schaal van Richter kon waarnemen.
Oh ja, Net wakker, en na een kopje thee, trokken we richting top. De eerste 4 uur in het pikkedonker. Gedachten op nul, hoofdpijn verbijten, en gaan, stap voor stap. Gelukkig was het die dag zo goed als windstil, anders was de kou al helemaal ondraaglijk geweest. Rond 5uur begon de hemel lichter te kleuren. En rond kwart voor zes was het langverwachte moment dichtbij. We waren 150 meter van de top verwijderd en de zon kleurde alles rondom ons. Geen wind, geen geluid, een ongelooflijk zicht en een zon die langzaam maar zeker zijn warme licht werpt over de bergen, vulkanen en ijspieken. Een deken van mist sluimerde rond de 4000 m - grens en trok een grens tussen het menselijke en de bergen: Geen stad te zien, geen geluid te horen. Man, onze gezichten kleurden en fleurden op, het zwoegen en zweten werd beloond. Nog 30 minuutjes klimmen en we bereikten ons doel. Op de top kregen we even de tijd om te genieten, maar iets later maakte een ongelooflijke hoofdpijn zich van me meester. Ik had enkel nog zin om te slapen. Maar we moesten naar beneden. Per 200 meter dat ik daalde, voelde ik druk in mijn hoofd minderen en mijn longen vulden zich gemakkelijker met zuurstof. Samen met de gigant zette ik het op een lopen en binnen het 1h30 waren wij in het Base camp.
Mijn hoofdpijn was eigenlijk maar voorbij wanneer we terug in Arequipa waren. We zijn er niet voor gemaakt om zoveel te stijgen (2325m tot 5400m) in zo'n korte tijd,....
Eenmaal in Arequipa, blij om mijn Bethje terug te zien, wou ik maar een ding en dat was slapen, ik was kapot, maar had weer een van mijn dromen verwezenlijkt.
De volgende dag vertrokken we richting Puno aan Lake Titicaca. Tijdens onze busrit testten we de waterdichtheid van onze jassen nog eens uit. Onze bus lekte namelijk IMMENS. Natuurlijk werden we nog een paar keer opgehouden door feestende mensen. Want hier en daar waren er carnaval/zuipfeesten aan de gang en hielden de plaatselijke drankorgels jodelend de bussen tegen.
Om 19 uur kwamen we op doorweekte zitjes aan in Puno. Dat het regenseizoen volop bezig was, zullen we geweten hebben. s' Nachts regende het nog eens binnen in onze geusthouse.
Onze eerste dag in Puno kuierden we wat rond, bewonderden we de Spaanse koloniale architectuur, aten we lekker en uitgebreid en lieten we het Puno-wereldje rustig wat op ons af komen.
De volgende ochtend vertrokken we in de gietende regen naar 2 eilandjes op het Titicacameer.
Het eerste eilandje, Taquile was mooi om rond te wandelen, maar wel ongelooflijk toeristisch. Na 3 uur was ons 'been there, done that - gevoel' verzadigd.
De tweede eilandengroep daarentegen, de Uroseilanden oftewel floating Ilands, waren wel verrassend om te zien. Wat we daar gezien hebben kun je niet vatten met je gezond verstand. Mensen leven er op drijvende eilandjes, die ze zelf maken met riet. Een meter riet op drijvende aarde en voila, klaar is kees. Als je met drie op zo'n eiland staat te springen dan beweegt het helemaal. Er zijn een 60 tal kleine eilandjes ter grote van het gemeentelijke zwembad van Diksmuide. (Voor de cultuurbarbaren die dat nog nooit bezocht hebben, das niet zo groot)! Nu leven ze vooral van het toerisme maar vroeger was dat hun 'vliegdekship' van waaruit ze vertrokken om te vissen en euhm te vissen, en natuurlijk te vissen. 1 keer per week, nu nog steeds, gaan we naar de markt in Puno om hun vis te ruilen tegen (oorspronkelijk) groentjes, fruit en vlees (en nu) gsm's satellietschotels, etc. Maar op die eilandjes hebben ze alles, een school, een kerk, een hospitaal,...
Met Puno en de eilanden sloten we ons trip door Peru af. t' Is opnieuw een hele ervaring geweest, maar ook dit land sluiten we in ons hart! Met z'n mooie mensen, z'n stukjes ongerepte natuur en vooral z'n rijke geschiedenis.
De volgende dag reden we met de bus tot Copacabana, het eerste kleine stadje in Bolivië. Ondanks de vele waarschuwingen over corrupte agenten en extra fees hebben we er niets van gemerkt. De grensovergang verliep vlotjes.
Lang zijn we niet gebleven in Copacabana, dat trouwens veeel tropischer klinkt dan het is. Rond 13 uur namen we een 'drijvend ponton met daarop een klein motortje gemonteerd' richitng Islas Del Sol. Een van de eilanden op Lake Titicaca aan Boliviaanse zijde. By far het mooiste eiland dat we tot nog toe gezien hebben. We klommen er naar het hoogste punt, en genoten van het zicht op de vele eilandjes, de lage zon, de bergen die we in de verte zagen, het vele water die het eiland omgaf en twee Franse wako's. Die lieverdjes hadden OF veel te veel marihuana in hun bloed OF met een of andere zeldzame paddestoel geexperimenteerd: In ieder geval, ze wisten van de wereld niet meer. Het was gewoon lachwekkend hoe ze van de ene emotionele bezinking in een bulderend lachen overgingen! Toen de avond viel, hebben we ze nog enkele keren voor ons restaurantje zien rennen, waggelen, huppelen en springen.
De volgende dag waren we al vroeg uit de veren, vastbesloten om het maximum uit het verblijf op het eiland te halen: We wandelden nog een toertje en namen de boot naar Copacabana terug. Pittig detail. Midden op het meer heeft de motor van die boot het begeven. We hebben er zon halfuurtje rondgedobberd voor ze de boot weer aan de praat kregen. Al een sjans, want 't zou efkes geduurd hebben vooraleer iemand door zou gehad hebben dat we er lagen te dobberen..
Rond 13h zaten we op de bus. Na een uurtje rijden kregen we lijsten door met de namen op. We moesten onze naam en pasport nummer opschrijven. Een routinewerkje, wetend dat er nooit andere Belgen ons pad kruisen. Toch viel ons oog op drie wel heel verdachte vlaamse namen; Dieter, Erik en Hannes. Maar waar we ook keken we zagen helaas geen drie jongens met Vlaamse snoetjes. Toen hoorden we iemand met een Zuid-Amerikaans uiterlijk zeggen "Ik haat West-Vlamingen", Erik onze sympathieke geadopteerde vriend luchtte zijn hart. De drie Bruselaars waren namelijk in een hevige discussie verzeild geraakt. Vriendelijk als we zijn negeerden we de opmerking en stelden we ons voor zoals welopgevoedeWest-Vlamingen doen ;). Ondertussen werd onze bus op een krakmikkelig wrak naar de overkant van de rivier geloodst. Wij werden ingescheept in een schipje alla isla del sol.
Hmm Bolivia, we love it ;).
In La Paz, de hoofdstad van Bolivia, verbleven we in hetzelfde geusthouse als onze vrienden. Dat bleek een gigantische feestpalleis te zijn. Om een voorbeeld te geven, je breakfast kun je nemen tot 13u.
La Paz is de hoogste hoofdstad ter wereld. Dit betekent concreet dat alles hier een sport is. Enkel van op het toilet je ochtendei te persen, raak je al buiten adem. We hebben dan ook de ganse dag gesport; vanalles en nog wat bezocht, veel winkeltjes gedaan want het is hier spo(r)t goedkoop, het coca museum bezocht, en 's avonds de beste steak ooooooit gegeten in het steakhouse. (Niet moeilijk ook, der was een Belgische chefkok;). Na ons subliem dinner, zetten we een stapje met de andere Belgen. Het uitgaansleven hier is subliem, echt benauwlijk, je hebt hier een heleboel underground clubs.
De volgende dag had Martijn dan ook een tijger van jewelste. De hoogte doet er hier ook echt geen goed aan! Die dag hebben we ( lees Beth omwille van de gigantische kater van Martijn) alles een beetje geboekt voor de komende dagen. Death road, een dagje in coroico, een jeep die ons daar ophaalt en naar Rurrenabaque brengt. Daar zouden we enkele dagen in de jungle en de pampas vertoeven.
De volgende dag opnieuw vroeg uit de veren, want we zouden de death road afrijden. De death road was indertijd 's wereld meest dodelijke route. Nu is het een heuse toeristische attractie, waar er elke dag honderden toeris naar beneden bollen. En wat voor een downhill was dit! Van 4700m naar1300m.
Vier uur zwaar naar beneden sjetten!!! Na enkele honderden meters begaf Erik zijn achterem het. En dat is iets wat je ECHT niet wil. Hij remde enkel op zijn voorrem tot de eerste stopplaats en is daar dan van fiets gewisseld, Onderweg moesten we nog een rivier kruisen en daar is Dieter, de uberspast van de groep, inderdaad, daar kan Martijn niet aan tippen, mooi tegen de grond gegaan. Hij is volledig kopje onder geweest, maar er zit nogal stroming op die rivier en het scheelde geen haar of hij had geen fiets meer. Hij kon hem nog net voor de waterval graaien en optrekken. Hilariteit verzekerd,...
Eenmaal in Coroico verbleven we in een lodge met zwembad en sauna, een deugddoende beloning na een hele dag in de regen en de kou: Na een kleine zwempartij en een goeie warme sauna, kropen we onder de wol, klaar om de natuur te trotseren.
Rurrenabaque is een serieuze afstand van La paz en Coroico verwijderd. Na ons goed geinformeerd te hebben over de verschillende mogelijkheden, beslisten we dat een vliegtuig ' way above our budget' en een bus 'way above our time'. Samen met Hannes, Erik en Dieter besloten we een jeep en driver te huren en de kosten onderling te delen. Dat bleek uiteindelijk een goeie, comfortabele en redelijke oplossing qua prijs te zijn: Bovendien was onze driver shumacher himself en had hij bovendien nog eens zijn minnares mee die hij nodig moest imponeren, waardoor we al op 9 uurtjes in Rurrenabaque arriveerden. Hier verzwijgen ze graag efkes de manier waarOP we er toekwamen, want we konden van de mottigheid geen 'pap' meer zeggen. :)
De volgende morgen stonden we al vroeg gereed om de jungle in te trekken. Gewapend met korte shorts, lichte tshirts en sletsen. Op zich geen slecht idee gezien het die dag broeiend heet was en we nog een drietal uurtjes op de boot moesten varen vooraleer in de jungle aan te komen. DOCH, twas een ontzettend SLECHT idee. Drie uur werden 5 uur door de zware tegenstroom, beth haar ogen zaten scheel in haar kop van den honger en onze benen waren een toevluchtsoord geweest voor hongerige insecten.
Na 5 lange uren legde de schipper de boot stil bij iets wat enorm leek op jungle, maar vooral niet op een plaats waar we gemakkelijk konden aanmeren en hutten zagen we al helemaal niet. We hesen onszelf op een hoge, steile en enorm slijkerige wand en hupten met zen allen verdwaasd in het rond om de mieren en sand flies zoveel mogelijk te ontwijken. Helemaal beslijkt en zon 10 minuutjes later stonden we bij iets wat onze verblijfplaats voor 2 dagen moest zijn. Een hut, met houten bedden en een muskietennet. Een andere hut met een tafel en stoelen en daarnaast een man met een BEDWELMENDE lichaamsgeur. Die man leeft daar nonstop, in het midden van de jungle, ver weg van alle comfort, van proper water, van electriciteit van de mensheid... Hij, zijn machete en vele wilde dieren. Brrr..
Bekomen van de eerste indrukken, trokken we een uurtje later voor het eerst de jungle in. Met lange broek, liters musquito reppellent en zonnecreme, sokken over de broek en lange tshirt leken we Michael wel ( zie eerder). We maakten in drie dagen lange wandelingen in de jungle, baanden ons een weg tussen de dichte bebossing. We zagen grote groepen wilde everzwijnen voorbijrennen, veel verschillende apen, tarantullas, tapirs, katachtigen en insecten, veeeeeeel insecten.
Over insecten gesproken. Op de laatste wandeling had een Poolse er niet beter op gevonden om op een GI-GAN-TISCH wespennest te trappen. Beth liep voor haar en zag haar hysterisch gillend en wapperend met ongeveer al haar lichaamsdelen op haar aflopen. Zij, die op dat moment nog geen weet had van wespen, had geen idee wat er aan de hand was, maar besloot haar te helpen met 'wathetookwas'. Ik liep op haar af en zag toen pas de grote zwart-gele wilde wespen die haar attaqueerden. Jammer genoeg bleef mijn reddingspoging niet onopgemerkt en begonnen die beesten ook mij aan te vallen. Ik zweer het jullie, hysterisch is hier een UNDERSTATEMENT! En toch, toch kreeg ik toen ook heel hard de slappe lach door alle beten heen. Ondertussen had ook Martijn, die voordien veilig op een afstand stond, zich op het slagveld gewaagd om mij te komen redden. We baanden ons hysterisch een weg door de dichte jungle, rennend, vallend, lachend.. 't Moet een vreemd zicht zijn geweest. :)
Resultaat na een goeie 10 minuten:
Hannes, Dieter en Erik stonden verderop in hun broek te pissen vant lachen, ZONDER beten. Die Poolse had er 6 in ontvangst genomen. De gids had het op een lopen gezet en was de eerste 5 min nergens te bespeuren. Martijn is er als held en zonder beten vanaf gekomen. Beth kreeg 2 steken in haar kont, 1 op haar knie en een in haar arm. Eind goed, al goed dus!
Misschien nog een leuke anekdote:
'De zot' die 's nachts om 4 uur rondtjoolde en wandelingen ging maken, kon zijn kleren niet wassen, want er was niets om regenwater te verzamelen en stromend water was er al helemaal niet. Je kan je dus voorstellen hoe erg hij stonk. Er hing wel een wasdraad, maar die diende enkel om zijn bezweette kleren te laten drogen. Zo hingen er aan die waslijn regelmatig immense stinkzokken en vlees dat hing te drogen..
We weten niet wat meer moet gestonken hebben, maar feit is wel dat Martijn op een dag de sokken van die vent vast had ipv de zijne en dat Dieter met zijn kop tegen dat vlees is gelopen, of iets dat er moet op trekken. :)
Na 3 dagen en 2 nachten in de jungle en opnieuw een hele ervaring rijker, werd het stillaan toch tijd om naar de bewoonde wereld terug te keren. We arriveerden laat in Rurrenabaque en de mensen keken vreemd op bij een geur die de combinatie moet geweest zijn van veel zweet, musquito repellent en vies water. s' Avonds gingen we allemaal samen nog een goeie steak gaan eten en we lachtten nog veel en lang met alle avonturen die we in de jungle hadden meegemaakt.
Goed eten, een lekker lange douche en een deugddoende nachtrust hadden ons weer energie gegeven om de pampas in te trekken, op zoek naar nog meer wildlife en nog meer avontuur!
Vol goede moed stapten we die morgen in een jeep om ons naar de rivier te brengen. Bleek na een uurtje dat de driver de ophanging van die jeep had kapotgekregen waardoor we met die 4x4 aan een slakkengangetje verdermoesten..
Enfin goed, we zijn aan de rivier gearriveerd en 2 Ierse jongegasten en een nieuwe Michael voegden zich bij ons groepje van Belgen. Michael, en zo heette hij echt, was zoals een Michael moet zijn. ( We beginnen ze ondertussen al wat te kennen..) Een koreaan met hoed met flap, 30 lagen zonnecreme, camera van jewelste en veeeeeeeeeel te luid!
We stapten voor drie uurtjes de boot in en hadden geluk. We hadden eens geluk! Op de boottocht zagen we al ongeveer alle dieren die we in die drie dagen hadden willen zien. Dolfijnen, alligators, kaaimannen, apen, wilde zwijnen, slangen, grote en veel verschillende soorten vogels.. 't Was precies te mooi om waar te zijn.
Ook de lodge bleek wat comfortabeler te zijn dan die in de jungle. Overal hangmatjes, stromend water, lekker eten en een eigen huisalligator!
Diezelfde avond voer ( alle transport gebeurt hier per boot, er is geen andere manier) de gids ons nog naar een plaats waar we rustig een pintje konden drinken en van de prachtige zonsondergang konden genieten.
De volgende morgen vaarden we naar een klein moerassig stukje land met gras dat ons gemakkelijk uit het zicht deed verdwijnen. We zochten er naar Anacondas en vonden die niet, waarna de gids ons opnieuw naar een stukje jungle bracht. Daar stapte Michael deze keer op een wespennest en kreeg Dieter de volle laag. We kunnen gewoon niet beschrijven hoe GRAPPIG dat is. Je ziet iemand op je afkomen die duidelijk iets voor heeft, je snapt wat er gaande is en begint de persoon achter je te duwen en te lopen! Je struikelt over lianen, verliest je schoen, moet heeeel erg hard lachen en tegelijk je mond toehouden voor de wespen.. De adrenaline giert door je lijf..
In de namiddag voer de gids ons naar een gebied vol dolfijnen (en dus geen alligators of pirahnas in het water zitten). We sprongen uit de boot en zwommen wat verder om de dolfijnen van dichtbij te zien. Ze sprongen heel dichtbij uit het water en gaven Martijn zelfs wuppen onder zijn kont! Heerlijk om zo dicht bij de natuur te zijn en toch ook wel een beetje spannend!
Niet veel later maakten we het gebied van de pirahnas onveilig. Met een vislijn en een goed stukje biefstuk in de hand, geraak je door pirahna-land. Alles samen vingen we ongeveer 11 pirahnas waarvan Michael himself hier een groot aandeel in had. WE hebben heel erg hard gelachen elke keer hij zon vis uit het water viste. Hij begon te roepen en te tieren en schreeuwde nonstop 'very big, very big' en haalde vervolgens een visje uit het water ter grote van een goudvis,... hihi.
Diezelfde avond kregen we pirahnas op ons bord. Verrassend taai, die beesten.
Na een goed vullende maaltijd stapten we opnieuw in de boot om de alligator-ogen by night te zien, maar hier trok de sterrenhemel toch meer onze aandacht! Met ons hand op ons hart, zoiets moois hebben we nog nooit gezien!
Na 6 lange, vermoeiende dagen in de natuur, ver weg van alle menselijke tekenen van leven, in de gezonde buitenlucht, in die prachtige omgeving, arriveerden we gisterenavond opnieuw in La Paz.
Vanavond nog gaan we met een bus naar Cochabamba. Onze tijd hier begint in te korten en we moeten ons beginnen haasten om nog al onze plannekes hier te verwezenlijken.
Wat is het leven van een reizende mens toch heerlijk!!
Heel veel liefs van ons en tot snel!
Beth en Martijn
Amaiamai wat een avonturen. Heerlijk om ze te lezen!
BeantwoordenVerwijderenKarine en Hubert
zoooo'n bericht! za-lig!!!
BeantwoordenVerwijderenLieve Beth en Martijn, 't ziet er echt weer zo ongeloofelijk zalig uit hé! Al die heerlijke en grappige ervaringen die jullie opdoen!! Living the dream, amai amai...
BeantwoordenVerwijderen